Huisartsenpraktijk T.G.M. van Eck
Welkom
Afspraak maken
Telefonisch spreekuur
Huisbezoek
Apotheek
Avond-, nacht- en weekenddienst
Wrattenspreekuur
Urineonderzoek
Uitslagen
Herhalingsrecepten
Assistentie en praktijkondersteuning
Pauzes
Belangrijke telefoonnummers
Praktijktelefoonnummers en -openingstijden
Medewerkers
Herhaalrecepten
VAKANTIE 2012
Sitemap
|
Lettertype
|
Print pagina
|
Toevoegen aan favorieten
Medicijnen
Bron:
ConsuMed
®
Zoek in Medicijnen
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
20 links per pagina
30 links per pagina
40 links per pagina
60 links per pagina
80 links per pagina
100 links per pagina
Geneesmiddel:
Ultratard® (EU)
Met of zonder recept?
Werkzame stof
Andere namen
Samenstelling
Fabrikant/leverancier
Wanneer gebruiken?
Wanneer niet gebruiken?
Zwangerschap & borstvoeding
Verkeer, werk & sport
Hoe werkt het?
Bijwerkingen
Wisselwerkingen
Hoe te gebruiken?
Hoe te bewaren?
Medicatietrouw
Medicatiebegeleiding
Vergoeding of zelf betalen?
Meer informatie
Bijzonderheden
Overdosering
Alleen op recept
Dit medicijn is
uitsluitend op recept
verkrijgbaar (= UR-geneesmiddel).
Werkzame stof
Zinkinsuline-kristallijn
Andere namen
Geen
Samenstelling
Injectievloeistof, flacon 10 ml: 100 IE zinkinsuline kristallijn per ml.
De injectievloeistof bevat methylparahydroxybenzoaat als conserveermiddel.
Fabrikant/Leverancier
Novo Nordisk Farma BV
Toepassingen (= indicaties)
Suikerziekte
(= diabetes mellitus)
Algemeen
Lees ook de
patiëntenbijsluiter
voor informatie over de toepassing van dit medicijn.
Niet gebruiken (= contra-indicaties) bij o.a.
Bloedglucose-gehalte, verlaagd (= hypoglykemie)
Overgevoeligheid of allergie voor dit middel, voor een van de bestanddelen (o.a. methylparahydroxybenzoaat) of voor vergelijkbare middelen
Algemeen
Breng ook een
vervangende arts
of een
medisch specialist
op de hoogte van eventuele andere ziekten of klachten die u heeft. Hiermee kunt u voorkómen dat u verkeerde medicijnen krijgt voorgeschreven.
Lees ook de
patiëntenbijsluiter
om te zien wanneer dit medicijn niet mag worden gebruikt.
Zwangerschap
Dit medicijn kan voor zover bekend tijdens de zwangerschap zonder bezwaar volgens voorschrift worden gebruikt.
Borstvoeding
Dit medicijn kan voor zover bekend tijdens de periode van borstvoeding zonder bezwaar volgens voorschrift worden gebruikt.
Algemeen
Sommige medicijnen kunnen een
schadelijke invloed
hebben op het verloop van de zwangerschap of op de nog ongeboren vrucht. Van veel medicijnen is dat echter nog niet precies bekend.
Heel wat medicijnen komen in de
moedermelk
terecht en bereiken zo de zuigeling.
Gebruik daarom tijdens zwangerschap of borstvoeding
alleen medicijnen op doktersrecept
.
Vertel ook een
vervangende arts
of een
medisch specialist
wanneer u van plan bent zwanger te worden, al zwanger bent of borstvoeding geeft. Hiermee kunt u voorkómen dat u medicijnen krijgt voorgeschreven, die niet mogen worden gebruikt tijdens de zwangerschap of borstvoeding.
Raadpleeg eerst uw arts wanneer u van plan bent tijdens zwangerschap of borstvoeding
oude medicijnen
,
zelfzorgmedicijnen
of
alternatieve middelen
te gebruiken.
Lees ook de
patiëntenbijsluiter
voor informatie over het gebruik van dit medicijn tijdens zwangerschap of borstvoeding.
Verkeer, werk en sport
Dit medicijn heeft voor zover bekend bij gebruik volgens voorschrift geen invloed op het reactie-, concentratie- en gezichtsvermogen.
Na
overdosering
kunnen zich o.a. duizeligheid, concentratieverlies, verwardheid, verdoofd gevoel en bewusteloosheid voordoen.
Lichte overdoseringsverschijnselen ('beginnende hypo') kunnen worden tegengegaan door het innemen van glucose ('suiker').
Algemeen
Lees de
patiëntenbijsluiter
om te zien of dit medicijn invloed heeft op uw reactie-, concentratie- en/of gezichtsvermogen.
Werking
Insuline is een stofwisselingshormoon, dat normaal gesproken door de alvleesklier (= pancreas) wordt geproduceerd en afgegeven aan het lichaam.
Insuline bevordert de verbranding van 'suiker' (= glucose) door de opname van glucose in de lichaamscellen te versnellen. Als gevolg daarvan neemt het bloedglucose-gehalte van het bloed (= bloedglucosewaarde) af.
Insuline stimuleert ook de vorming van lichaamsvetten en -eiwitten.
De werking begint ca. 4 uur na injectie en duurt ca. 28 uur (= middellang werkend).
Algemeen
Lees ook de
patiëntenbijsluiter
voor informatie over de werking, snelheid en duur van de werking van dit middel.
Mogelijke bijwerkingen (o.a.)
Bloedglucosegehalte-verlaging (= hypoglykemie = 'hypo')
Ongevoeligheid voor insuline (= insuline-resistentie)
Overgevoeligheid, zelden voor insuline, maar meestal voor begeleidende stoffen zoals zink, protamine, conserveermiddelen, stabiliserende middelen en verontreinigingen.
Verdwijnen (= lipo-atrofie) of toenemen (= lipohypertrofie) van onderhuidsbindweefsel na herhaalde injectie van insuline op dezelfde plaats.
Vochtophoping onder de huid (= oedeem)
Algemeen
Vaak is er maar een
kleine kans
op bijwerkingen. Er zijn echter ook geneesmiddelen met een betrekkelijk
grote kans
op bijwerkingen.
Wanneer tijdens het gebruik van dit medicijn effecten optreden die u niet kent, verwacht of vreemd vindt, kan dat wijzen op: (1) een
bijwerking
van dit medicijn, (2)
wisselwerking
van dit medicijn met een ander medicijn, voedsel of drank of op (3)
overgevoeligheid
voor dit medicijn of (4) een
allergische reactie
op dit medicijn.
De kans op bijwerkingen wordt gewoonlijk
groter bij gebruik van hogere doseringen
.
Gebruik daarom niet meer van dit medicijn dan op het etiket of in de bijsluiter staat voorgeschreven.
Het is mogelijk dat u
overgevoelig of allergisch
bent (of wordt) voor een bepaald medicijn. Als u weet dat u overgevoelig of allergisch bent voor een bepaald medicijn, moet u dat medicijn niet gebruiken. Vergeet echter niet uw arts te vertellen voor welk(e) middel(en) u overgevoelig bent. Zo voorkomt u dat u dat medicijn nogmaals voorgeschreven krijgt.
Als een medicijn al wat langer op de markt is, worden er niet zelden
nieuwe bijwerkingen
ontdekt. Hierdoor neemt het aantal 'bekende' bijwerkingen van een medicijn soms met de jaren toe. Een al wat ouder medicijn met veel bijwerkingen is daarom niet per se onveiliger dan een nieuw medicijn met 'weinig' bijwerkingen.
Breng ook een
vervangende arts
of
medisch specialist
op de hoogte van overgevoeligheid of allergie voor bepaalde medicijnen.
Lees de
patiëntenbijsluiter
voor meer informatie over de mogelijke bijwerkingen van dit medicijn.
Mogelijke wisselwerkingen (= interacties) o.a.
ACE-remmers
Alcohol (afname van de insulinebehoefte)
Androgene en anabole steroïdhormonen
Bèta-blokkers
Corticosteroïden
MAO-remmers
Oestrogene hormonen, waaronder de pil
Plasmiddelen, bepaalde (= thiazide-diuretica)
Progestagene hormonen
Salicylaten, zoals Aspirine® en Ascal®
Schildklierhormonen
Sympathicomimetica
Algemeen
Vertel ook een
vervangende huisarts
of
medisch specialist
welke medicijnen u gebruikt. Zo kunt u voorkómen dat u medicijnen krijgt voorgeschreven, die niet mogen worden gecombineerd met de medicijnen die u al gebruikt.
Lees ook de
patiëntenbijsluiter
voor informatie over mogelijke wisselwerkingen van dit medicijn met andere medicijnen of met voedsel.
Gebruik
Vraag arts of verpleegkundige een uitgebreid
advies
over het gebruik van insuline.
Vraag uw arts of verpleegkundige het meten van de bloedglucose-waarde en het spuiten van de insuline een aantal keren met u te
oefenen
.
Vraag uw arts of verpleegkundige
nogmaals uitleg
als u problemen heeft met het dieet, het meten van de bloedglucose-waarde en/of het vaststellen van de hoeveelheid insuline die u moet spuiten.
Vraag uw arts of verpleegkundige of ze regelmatig willen
controleren
of u de insuline goed gebruikt.
Algemeen
Lees ook de informatie over het gebruik van insuline in de
patiëntenbijsluiter
.
Bewaren
In de originele verpakking in de koelkast (niet in het vriesvak!).
Een aangebroken flacon kan 1 maand bij kamertemperatuur worden bewaard.
Wanneer de injectievloeistof bevroren is of is geweest, moet u deze niet meer gebruiken, maar nieuwe insuline halen in de apotheek.
Algemeen
De
uiterste gebruiksdatum
van dit medicijn staat vermeld op de verpakking.
Overtollige medicijnen
niet bewaren, aan anderen geven of in vuilnisbak gooien. U kunt ze het beste terugbrengen naar de apotheek.
Lees ook de
patiëntenbijsluiter
voor informatie over de houdbaarheid en de wijze van bewaren van dit medicijn.
Correct gebruik van medicijnen
In de praktijk wordt maar liefst 50% van alle medicijnen niet, onvoldoende of verkeerd gebruikt! Het gebruik van medicijnen heeft echter alleen zin wanneer ze correct worden gebruikt, d.w.z.
nauwkeurig volgens voorschrift
van de arts.
Wanneer u
geen of te weinig insuline
gebruikt (= onderdosering) loopt u het risico dat het suikergehalte in het bloed (= bloedsuikerwaarde) te hoog wordt.
Wanneer u
te veel insuline
gebruikt (= overdosering), kan dat -vooral wanneer u weinig eet- leiden tot een te lage bloedsuikerwaarde (= hypoglykemie), met als mogelijk gevolg een 'hypo' (o.a. zweten, duizeligheid en bewusteloosheid).
Vraag uw arts om uitleg als u
niet meer precies weet
hoe u uw medicijnen moet gebruiken.
Zelf combineren van medicijnen
Recept-medicijnen
bij voorkeur niet combineren
met zelfzorg-medicijnen. Dat kan leiden tot ongewenste wisselwerkingen of zelfs tot ziekenhuisopname.
Vraag altijd
eerst advies
aan uw arts of apotheker als u naast dit medicijn ook nog zelfzorg-medicijnen wilt gebruiken.
Vertrouwen in de medicijnen
Voor een goed resultaat is het van groot belang dat u
vertrouwen in uw medicijnen
heeft. Wanneer u denkt dat u het verkeerde medicijn heeft gekregen, bang bent voor bijwerkingen of denkt dat de medicijnen die u heeft gekregen niet helpen, kan dat uw vertrouwen in de medicijnen ernstig ondermijnen.
Bespreek eventuele problemen
met betrekking tot uw medicijnen altijd met uw arts. Deze kunnen dan uw ongerustheid weg nemen of bekijken of u misschien andere medicijnen nodig heeft.
Medicatiebegeleiding
De behandeling van suiker- of glucoseziekte heeft als belangrijkste doel de bloedglucose-waarde te reguleren, d.w.z. binnen normale grenzen (= 4-8 mmol glucose per liter bloed) te houden.
U kunt zelf uw bloedglucose-waarde reguleren door u nauwkeurig te houden aan het voedingsadvies en één of meerdere keren per dag uw bloedsuikerwaarde te controleren.De hoogte van de gemeten bloedglucose-waarde bepaalt hoevéél insuline u moet spuiten.
Vraag uw arts om een uitvoerig advies over het gebruik van insuline. Vraag hem ook het meten van de bloedglucose-waarde en het spuiten van de insuline een aantal keren met u te oefenen.
Wanneer de
bloedglucose-waarde te hoog
is, krijgt u last van de typische verschijnselen van suikerziekte en verhoogt u de risico's op langere termijn.In de regel moet u dan minder koolhydraten (o.a. suiker, zetmeel) gebruiken en/of meer insuline spuiten.
Wanneer de
bloedglucose-waarde te laag
is, kunt u een 'hypo'(= hypoglykemie) krijgen (o.a. plotseling zweten en duizeligheid).In de regel moet u dan meer koolhydraten (o.a. suiker, zetmeel) gebruiken en/of minder insuline spuiten.
Houdt altijd suiker (bijv. suikerklontjes) en zetmeelrijk voedsel (bijv. koek, brood) bij de hand om een 'hypo' te voorkómen of een beginnende 'hypo' te onderdrukken.
Bespreek uw ervaringen en eventuele problemen met het dieet en/of het gebruik van de insuline met uw arts. Vertel uw arts ook of u wél of niet tevreden bent met de gang van zaken.
Vraag uw arts of verpleegkundige opnieuw om uitleg als u niet meer precies weet hoe u de insuline moet gebruiken of wanneer u dat bent vergeten.
Vergoeding
Dit middel is alleen op doktersrecept verkrijgbaar en wordt daarom vergoed volgens de daarvoor geldende regels van de
overheid
en uw
zorgverzekeraar
.
Vraag uw arts, apotheker of zorgverzekeraar zo nodig om nadere informatie over de vergoeding van uw medicijnen.
Andere informatiebronnen
Zie bijsluiter bij Ultratard
®
Algemeen
U kunt uw
arts of apotheker
om meer informatie over suikerziekte (= diabetes mellitus) en de behandeling daarvan vragen.
Bijzonderheden
De injectievloeistof bevat methylparahydroxybenzoaat als conserveermiddel.
Mogelijke verschijnselen na overdosering (o.a.)
Concentratieverlies, duizeligheid, honger, verwardheid, zwakte ten gevolge van een te sterk verlaagd bloedglucose-gehalte (= hypoglykemie). Dit wordt vaak een ‘hypo’ genoemd.
Deze verschijnselen kunnen worden opgeheven door inname van suiker of suiker bevattende dranken.
Bovenstaande verschijnselen kunnen ook optreden na grote inspanning, grote opwinding en/of te geringe voedselinname.
Ernstiger verschijnselen zijn vermindering (= stupor) en verlies van de geestelijke verschijnselen. In dat geval moet onmiddellijk de hulp van een arts of verpleegkundige worden ingeroepen.
Bovenstaande verschijnselen kunnen ook optreden na grote inspanning, grote opwinding en/of te geringe voedselinname.
Ernstiger verschijnselen zijn vermindering (= stupor) en verlies van de geestelijke functies. In dat geval moet onmiddellijk de hulp van een arts of verpleegkundige worden ingeroepen.
Algemeen
Blijf kalm, stop het gebruik en
bel zo snel mogelijk
uw (huis)arts of het dichtst bijzijnde ziekenhuis wanneer sprake is van overdosering of wanneer overdosering wordt vermoed.
Hou de
bijsluiter of verpakking
van het betreffende medicijn bij de hand als u belt. Neem die ook mee als u naar een arts of naar het ziekenhuis toe gaat.
Lees ook de
bijsluiter
in de verpakking over de mogelijke verschijnselen en de wijze van handelen bij overdosering.
Patiënt inloggen
Praktijkinformatie
Huisartsenpraktijk T.G.M. van Eck
Prinses Marijkelaan 11
4021 EA MAURIK
Telefoon: 0344-691220
Fax: 0344-661090
Spoednummer: 0344691220 toets 1
Openingstijden